- 6. Etty, E. (2017, januari 6). Wat literaire non-fictie zo literair kan maken. NRC.↩
- 7. De Rosnay, T. (2011). Haar naam was Sarah, Artemis & Co.↩
- 8. Howard, A.G. (2013). Splintered Paperback. Amulet Books.↩
- 9. Orwell, G. (1945). Animal Farm. Secker & Warburg. Hoewel Animal Farm een fictioneel verhaal is, waarin gebruikt wordt gemaakt van antropomorfisme/antropomorfologie als stijlmiddel, is het vooral ook een politieke allegorie dat de Russische Revolutie en macht aan de kaak stelt.↩
- 10. Zie bijvoorbeeld het populaire boek: Armstrong, L., Jenkins, S. (2003). Elke seconde telt, 9e druk. Unieboek - Het Spectrum.↩
- 11. Luyendijk, J. (2015). Dit kan niet waar zijn: Onder bankiers. Atlas Contact.↩
- 12. Vergelijk de verwezenlijking van deze stijl in de De Graanrepubliek (1999).↩
- 13. Werner Heisenberg behoorde samen met Max Born en Pascual Jordan tot de grondleggers van de kwantummechanica. Een wereld van deeltjes die kleiner zijn dan atomen.↩
"Ik lees nauwelijks fictie. Onder ons gezegd en gezwegen, ik vind het iets voor verveelde huisvrouwen. Fictie. Dan Brown heb ik gelezen, omdat zoveel mensen dat kochten. Ik dacht, eens kijken of de massa smaak heeft."
FIXEREN OP FICTIES
Wat verstaan we eigenlijk onder (non-)fictie?
Categorie: Ficties
| Vrijdag, 8 maart 2019Alhoewel de grenzen langzaam wat lijken te vervagen — schrijver Frank Westerman zou ze het liefst zien verdwijnen — wordt in de boekenwereld vooralsnog een onderscheid gemaakt tussen fictie en non-fictie. Auteurs die in beide genres actief zijn, komen niet zo heel veel voor. In de praktijk zien we wel steeds vaker een tussenvorm opduiken die zich lastiger laat duiden. Een genre dat door de Amerikaanse schrijver Lee Gutkind al eens werd vergeleken met 'jazz', en door Elsbeth Etty in de NRC zelfs de typering 'mishandeld begrip' meekreeg.6 Zij doelden hiermee op de literaire non-fictie, die overigens ook wel wordt aangeduid met creatieve non-fictie, of het treffende Engelse woord 'verfabula'.
Dit artikel richt zich specifiek op auteurs die in het non-fictiegenre willen publiceren. Wat hier precies onder valt, en hoe non-fictie zich verhoudt tot de andere varianten, zal ik in het kort voor je uiteenzetten.
Fictie
Bij dit genre staat in de eerste plaats het vermaak voorop. Fictie is — etymologisch bezien — afkomstig van het Frans-Latijnse woord fictus dat geveinsd betekent. En 'iets' veinzen is eigenlijk precies wat een fictieschrijver doet wanneer hij denkbeeldige gebeurtenissen en mensen in zijn boek beschrijft. Een sprookjesschrijver, zeg maar, of toch niet?
Nou nee, over het algemeen zou je kunnen stellen dat fictie zich kenmerkt door een aantal literaire eigenschappen die het werk waardevol maken. Die waarde zit hem in het feit dat het verhaal zich richt op iets dat groter is dan alleen een vertelling. Bijvoorbeeld doordat het ook als commentaar op belangrijke sociale, maatschappelijke of politieke kwesties kan worden beschouwd. De personages en hun setting zijn weliswaar fictief, maar kunnen deels zijn geïnspireerd op het echte leven, echte mensen en daadwerkelijk plaatsgevonden gebeurtenissen. De auteur heeft daarbij een grotere eigen invulruimte dan een non-fictieschrijver, omdat het feitelijk niet correct hoeft te zijn.
Zo bevat het fictieboek Haar naam was Sarah van Tatiana de Rosnay weliswaar een fictief hoofdpersonage, maar is het geïnspireerd op een waargebeurde razzia in Frankrijk tijdens de Tweede Wereld oorlog.7 Ook zitten er diepere sociaal-maatschappelijke boodschappen opgesloten in het verhaal. Zoals het belang van innerlijke rust en het kiezen voor je zelf, maar bovenal de herinnering aan een gruwelijke gebeurtenis waarover zo weinig bekend is.
Volledigheidshalve zou je ook nog het onderscheid kunnen maken tussen realistische fictie, waarbij iets daadwerkelijk gebeurd zou kunnen zijn of ooit werkelijkheid worden, en niet-realistische fictie, dat handelt over — naar aardse opvattingen — onmogelijke gebeurtenissen. Denk bijvoorbeeld aan het sprookjesachtige Splintered van schrijfster Anita Grace Howard, dat is geïnspireerd op een onevenaarbare fantasiewereld.8 In dit genre kan de auteur zelfs gebruik maken van antropomorfisme, waarbij niet menselijke eigenschappen, emoties en intenties aan niet-menselijke wezens worden toegekend. Naast Splintered is het bekende boek Animal Farm daar overigens ook een goed voorbeeld van.9
Zijn non-fictie boeken dan voor honderd procent waar?
Een ander belangrijk kenmerk van het fictiegenre is de gehanteerde schrijfstijl. Deze wijkt af van die we tegenkomen in non-fictieboeken. Bij fictie ligt de nadruk heel sterk op de verhaal- en karakterboog waarin gebeurtenissen en de emotionele reis van de personages zijn uitgewerkt. De fictieauteur verbindt en beschrijft in feite de innerlijke groei van de peronages in relatie tot de gebeurtenissen. Daarbij is bijvoorbeeld het opbouwen en vaak geruime tijd vasthouden van de spanning — meestal tot het eind — erg belangrijk. Veel opgeworpen vragen blijven daardoor langere tijd openstaan. Dit in tegenstelling tot non-fictie, waarbij veel meer het concreet weergeven en benoemen van informatie en feiten voorop staat. De representatie hiervan wordt zo gekozen dat antwoorden logischerwijs voortvloeien uit de voorafgaande redenering of overwegingen. Het voornaamste verschil zit echter in de voor fictie benodigde (psychologische) karakterisering van personages, en de vaak daarvoor gebruikte dialogen. Deze helpen de fictieauteur om het plot van het verhaal voorbij de lijntjes te kleuren.
Samenvattend omvat fictie alle geschreven werken die zijn bedacht of verzonnen door de auteur, zoals romans, korte verhalen en gedichten.
Non-Fictie
Het non-fictiegenre kan zich momenteel verheugen in een groeiende populariteit. Door het vele nepnieuws (alterfacts) in de media is er meer behoefte aan goede, betrouwbare (achtergrond)informatie. Maar wat is nu precies de 'non' factor in non-fictie? Anders dan het hiervoor besproken fictiegenre, is het belangrijkste kenmerk van non-fictie dat het betrekking moet hebben op echte mensen, plaatsen en evenementen. De daarop gebaseerde verhalen dienen uiteraard waar (gebeurd) zijn. Theoretisch impliceert dit ook dat een non-fictieverhaal bij gebleken (n)onwaarheden achteraf toch als fictie moet worden betiteld.
Een bijzonder voorbeeld zijn de non-fictieboeken van zevenvoudig tourwinnaar, kankeroverlevende en schrijver Lance Armstrong.10 In zijn boeken beschrijft hij de wijze waarop hij in de wielersport de absolute top bereikte. Nadat in 2012 wereldwijd bekend werd dat Armstrong daarvoor een wondermiddel had gebruikt, verloren zijn inspirerende verhalen plots hun geloofwaardigheid. Een bibliothecaris van de Manly Bibliotheek in Australië wist gelukkig wel raad met dit ongemakkelijke probleem. Voor de leeszaal, plaatste hij een aankondiging met de mededeling dat de non-fictieboeken van Armstrong zouden worden verhuisd naar de fictiesectie. Een oplossing die normaal gesproken alleen is voorbehouden aan de overkoepelende Australian Library and Information Association (ALIA), maar dat terzijde.
Zijn non-fictie boeken dan voor honderd procent waar? Nee, non-fictie boeken bevatten feitelijke informatie waarvan de echtheid kan worden aangetoond of door anderen geverifieerd. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een juiste bronvermelding. Niettemin kan een schrijver ervoor kiezen bepaalde feiten in een specifiek licht te tonen, of zo te selecteren en te ordenen dat ze aansluiten bij de over te brengen boodschap. Daarin zit dus wel enige vrijheid die ruimte laat voor beeldvorming en eigen perceptie. Ook zal een non-fictieauteur zijn eigen ervaring of (professionele) mening in het boek tot uiting willen brengen. Een goed onderbouwde mening kan de waarheid heel dicht benaderen, maar valt er uiteraard nooit volledig mee samen. Dat neemt niet weg dat het verhaal wel moet zijn opgebouwd uit concrete feiten, en de aangedragen concepten altijd gebaseerd zullen zijn op echte, realistische situaties. Je zou daarom kunnen stellen dat bij non-fictie het overdragen van informatie centraal staat die zijn oorsprong vindt in de werkelijkheid (zoals de auteur die ervaart).
Typische non-fictie uitingen vinden we in algemene informatieve boeken, wetenschappelijke werken, studieboeken, essays, reisgidsen en tijdschriften.
Creatieve Non-Fictie
Wanneer we de hiervoor besproken genres zouden combineren, komen we terecht in een genre dat we creatieve, of literaire non-fictie noemen. Creatief, omdat deze non-fictievorm zich laat lezen als een roman met bijbehorende verhaalelementen, zonder de feiten geweld aan te doen. De karakters, de setting en het plot moeten uiteraard wel echt zijn en niet denkbeeldig. In die combinatie van dingen zit voor een deel ook het jazz-gehalte. En net als bij een goed non-fictieboek, doet de auteur aan bronvermelding.
Wanneer bij creatieve non-fictie een techniek als dialoog wordt toegepast, kun je je afvragen in hoeverre de feiten hiermee niet te veel geweld worden aangedaan. De auteur zal tot op zekere hoogte de karakterisering en de invulling van de dialogen zelf moeten scheppen. Deze stijl leent zich dan ook minder goed voor wetenschappelijke en algemene informatieve boeken. Het is voornamelijk bij de verhalende journalistiek, geschiedschrijving, biografieën en reisverhalen waarin we deze stijl tegenkomen.
Een ander element dat opvalt aan creatieve non-fictie is de sterke aanwezigheid van de auteur zelf in het verhaal. Het is veelal zijn perceptie of gevoeligheid — gekoppeld aan een bepaald onderwerp — die merkbaar doorschemert in het werk. Deze vorm laat dan ook veel meer ruimte voor emotie en de persoonlijke (bijzondere) identiteit van de schrijver. Ook om die reden is deze uitingsvorm niet echt geschikt voor publicaties die in de (objectief-)wetenschappelijke sfeer liggen. En dat is prima, want beleving is per definitie subjectief.
Frank Westerman en Joris Luyendijk11 zijn voorbeelden van Nederlandse schrijvers die de literaire non-fictievorm verdienstelijk toepassen.12 Zij lijken elkaar te vinden in de overtuiging dat er geen objectieve werkelijkheid bestaat die voor iedereen hetzelfde is. Juist een ietwat subjectieve kleuring kan leiden tot een betere waarheidsvinding, al was het alleen maar vanwege het inzichtverhogende effect dat het op de lezer heeft. Maar het gaat nog verder dan dat. Beiden zien literaire non-fictie tevens als een antwoord op de in hun ogen beperkte visie van journalisten, waardoor misschien ook niet de illusie moet worden geschapen van een objectieve berichtgeving: dat zou namelijk per definitie misleidend zijn.
Niettemin speelt hier wel het risico van het Heisenberg-effect.13 In plaats van het onderwerp objectief te observeren, wordt de auteur een sturend onderdeel hiervan, hetgeen misschien dichter aanschuurt tegen infotainment dan waarheidsvinding.
Het onderscheid voorbij?
Zoals we zagen, hebben de drie besproken fictievormen zo hun eigen plek en functie binnen de (vak)literatuur. Het vrijelijk bespelen van de bestaande grenzen tussen fictie en non-fictie — zoals weergegeven in tabel 1 — zal de van oudsher bestaande scheidingslijn kunnen doen vervagen. Over de wenselijkheid daarvan zijn de meningen sterk verdeeld; toch kan men denk ik om een ding niet heen: bij non-fictie luistert de waarheid nauw, en wie dat gegeven (te veel) veronachtzaamt, maakt zijn verhaal ijdel.